nr. 1 September 2020

 

Na het bezoek aan Appie van Gelder ging het naar TAMAN INDONESIA in Kallenkote. Kallenkote is een karakteristiek lintdorp in de regio Kop van Overijssel (gemeente Steenwijkerland) in de provincie Overijssel (Bron: Wikipedia). Een oer-Hollandse streek op het snijvlak van Drenthe en Overijssel (bron: Noaber (no.4 2020). Bij het dorp is Taman Indonesia opgericht. Dit park herbergt een bonte verzameling van ruim 50 verschillende soorten vogels, aangevuld met tal van kleine Aziatische zoorgdieren. Het park is gespecialiseerd in dieren uit Indonesie, met name vogels (waar ik mij ook toe beperkt in dit artikel), zoals de zeer zeldzame balispreeuwen, kleine zoorgdieren zoals de binturong (beermaerter), de Bengaalse tijgerkat en de loewak (koffiekat). In het eethuisje van het dierenpark wordt de bezoekers Indisch voedsel aangeboden, zoals loempia’s en spekkoek. Verder bevindt zich op het terrein een toko, waar men onder meer souvenirs als beelden en Indische kleding kan aanschaffen. Een attractie die zich moeilijk in een hokje laat plaatsen; dat past wel bij de geëtaleerde smeltkroes van culturen. Als je zoals wij op vakantie zijn geweest naar Bali, dan kun je hier de sfeer weer herbeleven. Heb je het vakantiegevoel zo weer te pakken, zeker als ik de Balinees spreeuwen zie voorbij vliegen en de Dacelo Gigas (Kookaburra) zijn typische geluid laat horen zoals ik ze in Australië kon bewonderen. 

  

Na de registratie bij de receptie (corona richtlijn), konden wij met een bamboestok (om de afstand te bewaren) in de hand, de rode peper route volgen. Via de ingang kreeg je direct een warm bad. Met het openen van de deur naar de verwarmde kas waar een hoeveelheid van uitheemse planten en kruiden weelderig groeit en bloeit. Een nagebootste jungle waar de Japanse nachtegaal zich laat horen en een Bali Spreeuw in de warmte kon herstellen van een overmatige rui (of verwonding) in de hals en nek.

     

Met de lucht van de kruiden en bloemen nog in ons luchtwegen ging het naar de ingang van de volières waarop een tweetal mooie beelden gepositioneerd waren die kenmerkend zijn voor de mystiek van Azië en je in de juiste stemming brengen. Ik was benieuwd  wat ik hier aan zou treffen. Van de dierentuin- directeur had ik al vernomen dat de dierentuin mee deed in een fokprogramma voor de in de vrije wildbaan zeer zeldzame Balinese spreeuw. Deze mogen alleen gehouden worden onder strikte voorwaarden en registratie.  In zowel het blad Budgie (NGC-DBS) en het Duitse Magazine Wellensittich Welt heb ik daar al eens aan gerefereerd in een reisverslag over Indonesië. 

  

    

Hier zijn ze dan, ze zijn nog niet helemaal tip top in conditie, tenminste die indruk kreeg ik. Na de zomerse hitte is vandaag de temperatuur terug gevallen naar zo’n 18 graden. Deze vogels zitten niet in de broeikas maar gewoon in de Hollandse buitenlucht. Ook de foto’s zijn niet voldoende scherp en worden enigszins verstoord door het gaas en de afstand. 

                                                                 

Informatiebord Balispreeuw:                                                                                                                                “Informatie over de Balispreeuw of Leucopsar Rothschildi (latijnse naam) of Jalak Bali (Indonesische naam) met zijn leefgebied in Bali. De Balispreeuw is pas rond 1910 ontdekt. Over deze vogel is niet al te veel bekend, behalve dat hij veelal in bomen komt. En dat hij zich niet graag op de grond begeeft, in tegenstelling tot veel andere spreeuwensoorten. Deze spreeuwensoort uit Bali is met uitsterven bedreigd. Er zijn in het Bali Barat natuurreservaat nog maar 20 exemplaren. Door een succesvol fokprogramma binnen de dierentuinen wordt hij echter niet meer met uitsterven bedreigd. Er zijn al verschillende pogingen ondernomen om weer spreeuwen uit te zetten in Bali, maar doordat het natuurlijk habitat is verstoord en door illegale wildvang, is het niet gelukt om de populatie van de grond te krijgen. Ook kwam er vanuit Java een andere spreeuwensoort die de Balispreeuw domineert en verdrijft. Dit maakt het de Balispreeuw niet gemakkelijk zich op het Bali te handhaven”. 

                                                                   

Een andere vogel waar mijn interesse naar uitging was de Kookaburra er zijn verschillende soorten van, hier hebben ze er twee, de Kookaburra en de Blauwvleugelkookaburra. Bovenstaande foto is redelijk goed gelukt zodat je een goed beeld krijgt van zijn mooie helder blauwe vleugels. 

Informatiebord: Latijnse naam: Dacelo leachii, leefgebied; Australië en Papua Nieuw Guinea.

“Deze prachtige grote ijsvogel, te herkennen aan zijn glanzende blauwe vleugels, leeft in tegenstelling tot de Kookaburra in dichte wouden. Zijn geschater klinkt meer als een blaffende terriër, dan als het geschater van een mens, zoals bij de gewone Kookaburra.  De Blauwvleugelkookaburra komt voor in het noorden van Australie en in het zuiden van de provincie Papoea in Indonesië tot het savannegebied in Papoae-Nieuw Guinea. Het leefgebied bestaat uit tropisch- en subtropisch bos, savanne en veel minder agrarisch gebied. De vogel lijkt qua gedrag op de gewone kookaburra, maar is schuwer, houdt zich schuil in het geblader en komt niet voor nabij menselijke bebouwing”.   

 

  

  

Informatiebord: Kookaburra: Latijnse naam: Dacelo Gigas. Leefgebied: Australië (laatste twee foto’s)

“De Kookaburra komt praktisch in alle delen van Australië voor en leeft van grote insecten, hagedissen en niet al te grote slangen en knaagdieren. Deze ijsvogel is dus geen typische visvogel en leeft vaak in gebieden ver van water af. Het is de grootste ijsvogel ter wereld. Hij wordt ook wel ‘lachende Hans’ genoemd. Deze Duitse benaming is afgeleid van de kenmerkende roep van de Kookaburra. De schaterende ‘lachende’roep werkt namelijk op de menselijke lachspieren en maakt een vrolijke indruk. In Australië beginnen de radioshows ’s ochtends vroeg dan ook met de vrolijke schaterlach van de Kookaburra.

  

   

Een andere interessante vogel die wij op Bali in gevangenschap ook veel hebben gezien is de Muskaat duif. Hij lijkt wat betreft zijn verenpak wel op de Balinesespreeuw. Maar mist het kobaltblauwe ronde ogen, maar dat neemt niet weg dat het een aantrekkelijk duif is met zijn contrastrijke verenpracht als ze helemaal strak in de veren zitten en dan een poederachtige glans over zich hebben in de zon. 

Informatiebord Muskaatduif: Latijnse naam: Ducula Bicolor. Indonesische naam: Kunkum Putih

“De Witte Muskaatduif, ook wel Bonte Muskaatduif genoemd, leeft vooral in regenwouden, eucalyptus bossen, struikgewassen aan de kust, rivieren, mangroven en kleine eilanden voor de kust in de gebieden van Zuid-Oost Azië, India en Australië. Muslaatduiven plukken vruchten van de bomen. Het opvallende aan deze vogels is, dat ze relatief zeer grote vruchten met flinke pitten in hun geheel doorslikken. Men heeft in hun spijsverteringskanaal vruchten met pitten van 30 x 50 mm gevonden. Onder andere muskaatnoten worden door deze duiven gegeten, vadaar dat ze Muskaatduiven worden genoemd. Hij is met zijn 38 cm lengte (incl. staart) een van de grotere soorten.

Om de lezer verder een beeld te geven van de volières, de weelderige beplanting en de vogel- en vogelachtige soorten die er gevonden kunnen worden onderstaande foto’s (niet volledig).

  

  

  

  

  

  

  

                                                      

                                                           

  

  

  

  

 

 

1 reactie

  1. Jan Bouwmeester zegt: Beantwoorden

    Mooi betrokken geschreven, ik zal dit park vast nog eens bezoeken.

Laat een reactie achter op Jan Bouwmeester Reactie annuleren